BLUNT&PULPBotte feiten.
Botte opinie.
Blunt & Pulp

Botte feiten. Botte opinie.

Blunt brengt in kaart wat er in de Tweede Kamer gebeurt, met cijfers uit de open data van de Kamer zelf. Elk getal is het resultaat van een vaste rekenregel op een vaste peildatum, en kan door iedereen worden nagerekend. We laten zien wat er gebeurt, en zeggen erbij wat een getal níét zegt. In Pulp geven we er onze mening over: ongezouten, maar nog steeds op basis van de feiten.

Fractiemonitor

Wat doet elke fractie in de Kamer? Per fractie: met wie ze het vaakst gelijk stemt, hoeveel van haar moties en amendementen de Kamer aanneemt, hoeveel vragen ze stelt aan het kabinet, bij hoeveel stemmingen niemand van de fractie meestemde, en wat haar leden melden in de openbare registers. Elk getal staat naast dat van de fracties in dezelfde rol, op alfabet: geen ranglijst en geen rapportcijfer.

Naar de fractiemonitor →

Bijna twee derde van 96 D66-beloften over wonen en klimaat ontbreekt in akkoord en begroting; 3 staan erin, 33 lopen of kregen een andere vorm

Op 1 november 2026 staan drie van de 96 toetsbare D66-beloften over wonen en klimaat in het coalitieakkoord en de ontwerpbegroting, alle drie over wonen. Vijfentwintig kregen een andere vorm, acht lopen. Elke belofte met citaat, akkoord, begroting en stand.

Lees het stuk →

Pulp: een klimaatdoel met te weinig gereedschap

Opinie. Wie het doel voor 2030 blijft noemen, moet zeggen waarmee het gehaald wordt. En: tien steden beloofd, tot nu toe vijf stadswijken aangewezen.

Naar Pulp →

Het meeste extra geld uit het akkoord staat in de begroting, een deel van de bezuinigingen schuift

Van het geld voor nieuw beleid uit het coalitieakkoord stond bij de Miljoenennota 87 procent op de ontwerpbegroting van een ministerie. Van de bezuinigingen schoof een deel, samen ongeveer 3,8 miljard van de 57,9 miljard aan bezuinigingen en lastenverzwaringen: het eigen risico, het maximumdagloon, de AOW, de WW en de WIA.

Lees het stuk →

Volt: 46 procent van de gestemde moties aangenomen, het vaakst gelijk met PRO, met één zetel nooit de doorslag

Volt heeft één zetel in de Tweede Kamer. Wat die fractie doet, gemeten in moties, stemgedrag en beslissende stemmen, naast alle andere fracties.

Lees het stuk →

Toezeggingen aan de Kamer

In debatten en brieven doen bewindspersonen toezeggingen aan de Kamer: een brief, een onderzoek, een wetsvoorstel. De Kamer houdt ze bij, onder elk kabinet. De meeste zijn afgehandeld. Van de toezeggingen die openstaan, heeft een deel een uiterste datum in de tekst, en bij een deel daarvan is die datum voorbij. Of een toezegging echt is nagekomen, zegt de status niet altijd: de administratie van de Kamer kan achterlopen.

6.807 toezeggingen aan de Kamer, 2.438 staan open

Elke stip is een toezegging van een bewindspersoon aan de Tweede Kamer, gedaan vanaf 8 september 2022 (de oudste in de open data) tot de peildatum, onder meerdere kabinetten. Van de open toezeggingen zijn er 1.377 gedaan vóór het kabinet-Jetten (23 februari 2026). Grijs: niet meer open; blauwgroen: open, per band hoe lang al.

Bekijk de cijfers als tabel
StatusAantal
Niet meer open4.369
waarvan afgedaan4.268
waarvan deels afgedaan66
waarvan vervallen35
Openstaand2.438
waarvan tot een half jaar784
waarvan een half tot een jaar374
waarvan een tot twee jaar554
waarvan langer dan twee jaar726
Totaal6.807
Hoe lang een toezegging openstaat, zegt niets over haar termijn. De status komt uit de administratie van de Kamer en kan achterlopen op wat er is gebeurd. Verwijderde toezeggingen tellen niet mee. Bron: Tweede Kamer, open data (toezeggingen), stand 31 oktober 2026

Van de 2.438 openstaande toezeggingen hebben er 1.302 een uiterste datum; bij 902 is die voorbij

Per ministerie de toezeggingen die volgens de registratie van de Kamer openstaan (de hele staaf): met een uiterste datum in de tekst, die op de peildatum verstreken is of niet, en zonder toetsbare termijn. In aantallen, op één schaal; van de meeste naar de minste openstaande toezeggingen. De volgorde zegt niet hoe goed een ministerie toezeggingen nakomt. Ministeries verschillen in het aantal debatten en toezeggingen, en de open toezeggingen komen uit meerdere kabinetten. Open toezeggingen uit 2022–2026, tenzij anders vermeld.

Bekijk de cijfers als tabel
MinisterieJarenOpenMet datumVerstreken
Volksgezondheid, Welzijn en Sport2022–2026430218154
Justitie en Veiligheid2022–2026404179146
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties2022–2026352240174
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap2022–202621315181
Economische Zaken en Klimaat2023–202619712185
Infrastructuur en Waterstaat2023–20261708128
Financiën2022–20261365242
Defensie2022–20261285837
Sociale Zaken en Werkgelegenheid2022–20261095437
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur2024–2026835428
Buitenlandse Zaken2022–2026792219
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2022–2024512525
Klimaat en Groene Groei2024–2026432221
Economische Zaken2024–2025201111
Asiel en Migratie2024–2025111010
Algemene Zaken2024–2026722
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening2025–2026522
Verstreken: de uiterste datum ligt vóór de peildatum terwijl de toezegging openstaat. De datum komt uit de tekst van de toezegging, in de mildste lezing: bij twijfel de laatst mogelijke datum, zonder toetsbare termijn geen datum. Een toezegging kan zijn nagekomen zonder dat de status is bijgewerkt. Ministeries onder hun naam in de bron; hernoemde ministeries zijn niet samengevoegd, dus een hernoemd ministerie staat over meerdere staven verdeeld en kan lager uitkomen; bij elk ministerie de jaren van de open toezeggingen. Bron: Tweede Kamer, open data (toezeggingen), stand 31 oktober 2026

Moties en het kabinet

Bij veel moties geeft het kabinet een appreciatie: het laat het oordeel aan de Kamer, het ontraadt de motie, of het neemt haar over. Hoe vaak neemt de Kamer een motie aan die het kabinet had ontraden?

Van de moties die het kabinet ontraadde, nam de Kamer per volledig jaar 11 tot 27% aan

Aandeel aangenomen van de gestemde moties die het kabinet ontraadde, per jaar van indiening. Een ontraden motie is vaak een verzoek dat het kabinet niet wil of kan uitvoeren. In elk jaar kwamen aangenomen ontraden moties van zowel de coalitie als de oppositie. Gestreept: een onvolledig jaar, dat nog kan oplopen. Schaal tot 50%.

Bekijk de cijfers als tabel
Jaar en kabinettenAangenomen van de ontraden moties
2019 (deels) · Rutte III12,5% (153 van 1.225)
2020 · Rutte III16,6% (249 van 1.501)
2021 · Rutte III16,9% (280 van 1.655)
2022 · Rutte III, IV10,6% (185 van 1.748)
2023 · Rutte IV16,9% (224 van 1.323)
2024 · Rutte IV, Schoof26,7% (323 van 1.211)
2025 · Schoof25,9% (361 van 1.393)
2026 (deels) · Schoof, Jetten10,5% (156 van 1.488)
Jaar en kabinettenGestemde motiesOntraden en aangenomen, ingediend door de coalitieIdem, door de oppositie
2019 (deels) · Rutte III2.7208073
2020 · Rutte III3.519101148
2021 · Rutte III3.710103177
2022 · Rutte III, IV4.15368117
2023 · Rutte IV2.93191133
2024 · Rutte IV, Schoof3.30768255
2025 · Schoof3.87052309
2026 (deels) · Schoof, Jetten4.08813143
Het aandeel hangt ook af van de verhoudingen in de Kamer. De rol van de indiener is die op de startdatum van de motie; gedoogsteun telt als coalitie. De appreciatie staat pas vanaf april 2019 in de bron. Bron: Tweede Kamer, open data (moties en besluiten), stand 31 oktober 2026

De oppositie en de coalitie

Het kabinet-Jetten heeft geen meerderheid in de Tweede Kamer. Hoe vaak stemmen oppositiefracties hetzelfde als de coalitie, de unanieme stemmingen niet meegerekend?

Elke oppositiefractie stemde in 42 tot 78% van de niet-unanieme stemmingen hetzelfde als de coalitie

Aandeel stemmingen met handopsteken sinds 23 februari 2026 waarin een oppositiefractie hetzelfde stemde (voor of tegen) als de meerderheid van de uitgebrachte zetels van de coalitie (CDA, D66, VVD), zonder unanieme stemmingen. Het zegt niets over steun voor het kabinet of over standpunten. Van meest naar minst gelijk, om de verschillen leesbaar te maken, niet als rangorde: gelijk stemmen werkt twee kanten op. Schaal 0 tot 100%.

Bekijk de cijfers als tabel
FractieGelijk met de coalitie, zonder unanieme stemmingen
ChristenUnie77,8% (2.947 van 3.786)
50PLUS73,5% (2.774 van 3.775)
SGP71,6% (2.711 van 3.786)
Volt69,2% (2.619 van 3.786)
JA2165,5% (2.478 van 3.786)
PRO65,2% (2.470 van 3.786)
Lid Keijzer61,0% (2.136 van 3.499)
BBB59,9% (2.264 van 3.781)
DENK59,7% (2.261 van 3.785)
SP55,6% (2.104 van 3.786)
PvdD53,5% (2.025 van 3.786)
Groep Markuszower52,0% (1.967 van 3.785)
PVV46,0% (1.741 van 3.786)
FVD42,3% (1.602 van 3.786)
FractieGelijk met de coalitie, alle stemmingen
ChristenUnie79,5% (3.260 van 4.099)
50PLUS75,5% (3.087 van 4.088)
SGP73,8% (3.024 van 4.099)
Volt71,5% (2.932 van 4.099)
JA2168,1% (2.791 van 4.099)
PRO67,9% (2.783 van 4.099)
Lid Keijzer64,0% (2.428 van 3.791)
BBB62,9% (2.577 van 4.094)
DENK62,8% (2.574 van 4.098)
SP59,0% (2.417 van 4.099)
PvdD57,0% (2.338 van 4.099)
Groep Markuszower55,6% (2.280 van 4.098)
PVV50,1% (2.054 van 4.099)
FVD46,7% (1.915 van 4.099)
Een minderheidskabinet heeft geen meerderheid: wie gelijk stemt met de coalitie, helpt soms een meerderheid vormen of tegenhouden. De noemer is het aantal stemmingen waarin de fractie meestemde; bij een fractie van één zetel gaat het om één Kamerlid. Unaniem waren 313 van 4.099 stemmingen. GroenLinks-PvdA en PRO samen als PRO. Bron: Tweede Kamer, open data (stemmingen), stand 31 oktober 2026

Zo werken we

Geen mening zonder bron. Geen cijfer zonder rekenregel. Lees hoe we werken, hoe we fouten herstellen en wie we zijn.